• Nederlands
    Engels
  • bij [m] (de ~) {zn.}apis mellifera
    honeybee
    bee 
  • aan, bij, dichtbij, naast, nabij {vz.}at 
    beside 
    by 
    near 
    near to
    next to
    alongside
  • à, bij, elk, ieder, telkens {vz.}at the rate of
    a 
    per 
    an 
    at 
    each 
    for 
    all 
    apiece 
  • aan, bij, ten huize van {vz.}at 
    beside 
    with 
    by 
    next to
    in the case of
    among 
  • aan, bij, naar, tegen, tot, voor, op {vz.}toward 
    towards 
    for 
    to 
    at 
  • gedurende, onder, bij, tijdens {vz.}during 
    in the act of